donotshowinsearch

Prooien

De slechtvalken voeden zich bijna uitsluitend met vogels die ze vangen in volle vlucht. Heel uitzonderlijk vangen ze een vleermuis of een prooi op de grond. Dankzij de camera’s bij het nest kunnen de ornithologen de voedingsgewoonten van de slechtvalken op de kathedraal bestuderen. Alle beelden worden automatisch opgeslagen wanneer er beweging is op het nest. Hierdoor kunnen de ornithologen tellen hoeveel prooien de ouders meebrengen voor hun jongen, ze kunnen het gedrag van het wijfje vergelijken met dat van het mannetje, noteren op welke tijdstippen de jongen gevoed worden en zien vanaf welke leeftijd de jongen zichzelf kunnen voeden.

Ook de identificatie van de  prooien kan gebeuren via de camera’s. Maar dit is niet gemakkelijk, aangezien de ouders de prooien meestal eerst volledig pluimen voordat ze ze naar het nest brengen, waardoor het vaak niet duidelijk te zien is om welke soort het gaat. Meestal worden de prooien dus geïdentificeerd door directe observaties met telescopen en door de resten die de valken uit het nest naar beneden laten vallen. In de observatiepost kan je de verzameling met deze veren van de prooien komen bekijken. Een laatste methode om de prooien te identificeren is door te gaan zoeken naar de voorraadplaatsen van de valken. De valken verstoppen regelmatig prooien in de klokkentoren. Die dienen als reservevoorraad voor het geval dat het weer te slecht is om te gaan jagen.

De diversiteit van de prooien is enorm. Sinds het koppel zich in de kathedraal vestigde in 2004 stonden er al minstens 44 verschillende soorten vogels op hun menu. De kleinste, de Kleine karrekiet, woog ongeveer 10 gram, terwijl de grootste, de Houtduif, meer dan 500 gram woog. De prooi die het meest wordt gevangen is de Stadsduif, die leeft dan ook in grote hoeveelheden in Brussel. Sommige prooien zijn standvogels, zoals de Grote bonte specht. In andere gevallen zijn het trekvogels, zoals de Krombekstrandloper. Die werd gevangen terwijl hij over Brussel vloog op zijn tocht van Afrika naar de kusten van de Noordelijke IJszee in Siberië. De meeste prooien zijn veel voorkomende vogels zoals merels en lijsters. Maar soms vangen de valken erg zeldzame soorten waarvan niet geweten was dat ze ook in Brussel voorkomen, zoals bv. de Kwartelkoning. Via de Slechtvalken komen de ornithologen dus heel veel te weten over het vogelbestand van Brussel.

Dankzij het project werd nog een andere ontdekking gedaan: de Slechtvalken op de kathedraal jagen zowel overdag als ’s nachts. Een verrassende vaststelling voor een vogel die normaal enkel overdag actief is! Dit gedrag is een aanpassing aan het stadsleven, want het is de halo van de straatverlichting die er voor zorgt dat de valken ook ‘s nachts genoeg licht hebben om hun prooien in de lucht te grijpen. En dit verklaart ook meteen hoe sommige trekvogels die enkel ’s nachts overvliegen, zoals de Kwartel of de Zilverplevier, toch op het menu van de valken zijn beland.

Volgende pagina >>

Resten van een duif